Kerkuil 

Algemeen

Een kerkuil is een roofvogel die ongeveer 35 centimeter groot wordt. De spanwijdte van een vogel is de afstand tussen zijn twee vleugeluiteinden in vliegende toestand; kerkuilen kunnen een spanwijdte hebben van meer dan een meter. Een volwassen kerkuil weegt tussen de tweehonderd en zevenhonderd gram. Ze hebben een plat hartvormig gezicht, dat meestal lichter is van kleur dan de rest van het lichaam.

Deze vogels hebben een groot verblijf nodig, zodat ze kunnen vliegen en ze moeten dagelijks gevoerd worden met kleine knaagdieren of eendagskuikens. Verder is het belangrijk te weten dat uilen nachtdieren zijn; overdag verstoppen ze zich zoveel mogelijk. Uilen maken vooral ’s nachts veel geluid, houd er rekening mee dat dit overlast kan veroorzaken.

ls u overweegt om een kerkuil als huisdier te kopen, is het belangrijk dat u zich van tevoren goed laat informeren. Deze huisdierenbijsluiter kan u daarbij helpen.

Verschillende varianten

De kerkuil heeft meer dan dertig ondersoorten, die wel op elkaar lijken, maar verschillen in kleur en grootte. Kerkuilen komen voor in het wit, bruin en zelfs bijna zwart. Vooral witte kerkuilen zijn erg populair. De verschillende ondersoorten van de kerkuil vinden we bijna overal ter wereld. Waar ze niet leven is op Antarctica of andere koude gebieden, en in een groot deel van Azië.

Natuurlijk gedrag

De kerkuil dankt zijn naam aan het feit dat hij vaak in oude gebouwen (zoals kerken) woont. Soms vinden we ook kerkuilen in holle bomen. De kerkuil is, net als alle andere uilen, een nachtdier. Uilen jagen ’s nachts en overdag rusten ze, dat wordt ook wel roesten genoemd. Kerkuilen kunnen erg goed zien in het donker, maar bij het jagen gebruiken ze vooral hun gehoor. Ze communiceren met elkaar door middel van (veel verschillende) geluiden.

Huisvesting

Kerkuilen moeten in een buitenvolière gehuisvest worden, waarin ze genoeg ruimte hebben om te vliegen. Kerkuilen leven in het wild alleen en kunnen dus ook het best alleen gehuisvest worden. Een volière van zeventien vierkante meter is groot genoeg om een kerkuil te huisvesten. Het hoogste punt van het verblijf moet minstens drie meter hoog zijn. De wanden en het dak kunnen worden gemaakt van gaas. Minstens twee zijden en een deel van het dak moeten worden afgeschermd met bijvoorbeeld hout of plastic, ter beschutting tegen slecht weer.

Omdat uilen nachtdieren zijn, moeten in het verblijf hokjes aanwezig zijn waar ze zich overdag schuil kunnen houden. Als u de uilen wilt voeren vanaf een voertafel, moet deze ongeveer een meter hoog zijn, en tussen de tafel en de zijkant van de volière moet minstens vijftig centimeter ruimte zijn. U kunt de uilen verschillende soorten zitplaatsen aanbieden, zoals grote stenen op de grond en takken en stokken hoog in het verblijf. Als u verschillende materialen gebruikt, helpt u zo de klauwen gezond te houden.

Hanteren

Sommige kerkuilen zijn handtam bij aankoop, die zijn gewend om op een hand (met leren handschoen) te komen zitten, maar natuurlijk geldt dit lang niet voor alle uilen. Uilen kunnen gevaarlijk zijn. Als een kerkuil aanvalt, zal hij dit doen door zich van boven af, met zijn poten eerst, op zijn vijand of prooi te storten. Daarbij kan hij ook een volwassen mens ernstig verwonden met zijn scherpe klauwen. Wanneer u een uil vast moet pakken, moet u niet alleen bedacht zijn op de klauwen, maar ook op de scherpe snavel. Het beste kan de vogel van achteren worden vastgehouden bij de nek en aan de poten, net boven de klauwen. Eventueel kunt u een net of handdoek gebruiken om de uil te pakken te krijgen.

Voeding

In het wild eet een kerkuil voornamelijk kleine knaagdieren, zoals ratten en muizen, en daarnaast staan regelmatig kleine vogels en grote insecten op het menu. De onverteerbare bestanddelen, zoals botjes en haren, worden uitgebraakt in de vorm van een braakbal.

In gevangenschap moeten kerkuilen dagelijks gevoerd worden met eendagskuikens en knaagdieren. Een koppel volwassen kerkuilen eet drie tot vijf eendagskuikens per nacht. Twee muizen staan gelijk aan één eendagskuiken. Voedseldieren moeten altijd in zijn geheel aangeboden worden. In de organen zitten namelijk belangrijke voedingsstoffen voor de uil. U kunt de uilen voeren met verse of ingevroren dieren. Laat ingevroren dieren eerst ontdooien en voer nooit dieren die nog gedeeltelijk bevroren zijn. Ingevroren ratten, muizen en eendagskuikens zijn verkrijgbaar in veel dierenspeciaalzaken. Als u verse dieren voert, mogen dit geen geschoten dieren zijn. Een uil die één kogel binnenkrijgt, kan al sterven aan loodvergiftiging. Zorg ervoor dat er ook altijd vers water aanwezig is.

Van jong tot volwassen dier

Een vrouwtjesuil is meestal wat donkerder van kleur en wat groter dan het mannetje. Dit is echter geen betrouwbare geslachtsbepaling. Als u zeker wilt zijn van het geslacht kunt u een DNA onderzoek uit laten voeren of een laparoscopie, dit is een kijkoperatie in de buikholte. De kerkuil is geslachtsrijp op een leeftijd van één jaar en krijgt één tot drie nesten per jaar, met drie tot zeven eieren per keer. Het broeden wordt gedaan door het vrouwtje en duurt ongeveer dertig dagen. Het mannetje zorgt in die periode voor eten. Als de uilen in deze periode gestoord worden, bestaat de kans dat ze het nest, de eieren of zelfs de jongen vernietigen.

Heel jonge kuikens hebben alleen maar witte dons. Na drie weken beginnen de veren te groeien en na acht weken is het hele verenkleed klaar. Als de uiltjes ongeveer acht weken oud zijn, beginnen ze ook zelf te vliegen. Het kan wel vijftien weken duren voor ze helemaal zelfstandig zijn.

In gevangenschap planten kerkuilen zich makkelijk voort. Het is erg moeilijk om een goed tehuis te vinden voor jonge uilen, zorg er daarom liever voor dat uw uilen zich niet voortplanten. Dit kunt u doen door de vogels geen nestgelegenheid aan te bieden en door schuilhokjes zonder bodem te gebruiken. U kunt ook eieren laten leggen en die daarna weghalen, maar waarschijnlijk worden er daarna direct weer nieuwe eieren gelegd. De simpelste methode is om de mannetjes en vrouwtjes gescheiden houden.

In het wild leven kerkuilen gemiddeld 21 maanden, maar in gevangenschap kunnen ze wel twintig jaar worden. Dit komt doordat uilen in gevangenschap een beschermd leven leiden en niet zelf voedsel hoeven te zoeken. In het wild worden uilen ook vaak aangereden of vliegen ze tegen een hoogspanningskabel aan.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Roofvogels in gevangenschap hebben vaak last van infecties aan de voetzolen. Dit is te voorkomen door gevarieerde zitplaatsen aan te bieden. Daarnaast kunnen ze ook last hebben van schimmels of parasieten. Een kerkuil kan drager zijn van zoönosen, dit zijn ziektes die van dier op mens overdraagbaar zijn. Voorbeelden zijn tuberculose en paratyfus.

Zieke vogels zijn onder andere te herkennen aan verminderde eetlust, afwijkend gedrag en lusteloosheid. Als een vogel ziek is, laat hij zo lang mogelijk niks merken. Als u uiteindelijk ziet dat hij ziek is, moet u dus niet afwachten, maar onmiddellijk ingrijpen. Ga bij twijfel naar uw dierenarts. Niet alle dierenartsen hebben veel verstand van vogels. Ga daarom al op zoek naar een geschikte dierenarts voordat u een uil aanschaft.

Benodigde ervaring

De kerkuil is moeilijk als huisdier te houden. Hij heeft een groot verblijf nodig en elke dag dierlijk voedsel. Bovendien zijn deze vogels niet ongevaarlijk. U moet veel weten over het gedrag van kerkuilen om ze op een verantwoorde manier te kunnen houden.

Kosten

Een kerkuil is te koop vanaf 100 euro. Eendagskuikens zijn te koop voor twee euro per kilogram. Natuurlijk kost ook het bouwen en onderhouden van een volière geld. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Bijzonderheden

De kerkuil valt onder CITES Bijlage II. Het doel van CITES is om de handel in bedreigde dier- en plantensoorten te reguleren. Vraag bij aankoop om de CITES-papieren.

  •  

==================================================================================       

 Schoentjes en Ringmaten

Schoenmaten voor roofvogels

Om de maat tussen de twee zeilringen juist te bepalen neem je de ringmaat van de vogel bvb.
12.0 x 3.14(pi)=37.68 we ronden het getal af naar 37 dit is nu de maat in mm, die we nemen om de twee gaatjes te maken waar onze zeilringen in worden geplaatst. Leg de buitenring zeilring, naast de afgetekende lijntjes afstand 37mm, en teken de gaten af op je leder strookje, maak daar dus de gaatjes met je holle pijp.

Hier onder op de afbeelding een voorbeeld.

Vanaf nu geen schoentjes meer die veel te groot zijn, bvb bij vogels met veren op het loopbeen (vooral bij uilen) geen veertjes niet meer die afschuren, dit komt meestal voor bij schoentjes die veel te los rond de poot draaien, zo schuren de veertjes makkelijk af van het loopbeen en op termijn wordt ook het loopbeen beschadigd van je vogel, wat absoluut geen mooi zicht is, laat staan aangenaam voor de vogel. Hou vooral ook de schoentjes soepel door het regelmatig in te smeren met ledervet voorkom tentstelligste dat de schoentjes hart worden.
“Voorkomen is beter dan genezen”!.

  •  
  • Om de ringmaat van de betreffende vogel te weten kijk je op de lijst onderaan en deze is aangepast met de afstand afmetingen voor het zetten van de zeilringen.

Belriempje maken.
Voor de liefhebbers die een belletje willen bevestigen aan de poot van de vogel heb ik ook nog enkele tips:
Het plaatsen van een belletje met lederen riempje.
We snijden een riempje van 15 cm lang en 7mm breed, we maken daar drie gaatjes in +/- 2mm.
Het belletje zet je altijd naast het gaatje B zoals de afbeelding toond.

  •  
  • Volgorde voor het zetten van het riempje:
    De afstand tussen het gaatje A en B = de afstand zoals hier boven besproken (dus afstand zeilringen)
    hier rekenen we 4mm bij voor de afstand die we verliezen bij het vastzetten van het belletje.
    We steken de top van het A gaatje in het gaatje B we trekken dit goed aan, nu zit het belletje vast op de juiste plaats. Vervolgens steken we A door C uiteraart rond de poot van de vogel, en als laatste C door A en de stukjes die bvb. nog te lang zijn, kan je dus naar eigen smaak afknippen.


     

    Aanbevolen schoen maten

    Ringmaat x 3.14 =  Bvb. 20.0x3.14=62.8   we ronden af naar 62 mm, 62mm is de afstand tussen de twee zeilringen.
    Zo passen de schoentjes altijd zeer comfortabel rond de poot van de vogel.

    Roofvogels                               Ring ø         O|< 62 >|O  Afstand  zeilring. In mm

  •  

    Ringmaat

    Afstand zeilringen

     

    Aasgier

    20.0

    62 MM

    Neophron Percnopterus

    Amerikaanse torenvalk

    6.0

    19

    Falco Sparverius

    Arendbuizerd

    14.0

    44

    Buteo Rufinus

    Balkansperwer

    10.0

    31

    Accipiter Brevipes

    Bastaardarend

    20.0

    62

    Aquila Clanga

    Bengaalse oehoe

    16.0

    50

    Bubo Bengalensis

    Blauwe Kiekendief

    12.0

    37

    Circus Cyaneus

    Boomvalk

    8.0

    25

    Falco Subbuteo

    Bosuil

    10.0

    31

    Strix Aluco

    Bruine kiekendief  1-0

    12.0

    37

    Circus Aeruginosus

    Buizerd

    12.0

    37

    Buteo Buteo

    Dwergared

    14.0

    44

    Hieraaetus Pennatus

    Dwergooruil

    6.0

    19

    Octus Scops

    Dwerguil

    8.0

    25

    Glaucidium Passerinum

    Giervalk 0-1

    14.0

    44

    Falco Rusticolus

    Giervalk 1-0

    12.0

    37

    Falco Rusticolus

    Grauwe kiekendief

    12.0

    37

    Circus Pygargus

    Grijze wouw

    12.0

    37

    Elanus Caeruleus

    Havik  0.1

    14.0

    44

    Accipiter Gentilis

    Havik  1-0

    12.0

    37

    Accipiter Gentilis

    Haviksarend

    20.0

    62

    Hieraaetus Fasciatus

    Indische Lannervalk

    12.0

    37

    Falco Jugger

    Keizerarend

    24.0

    75

    Aquila heliaca

    Kerkuil

    10.0

    31

    Tyto Alba

    Kleine torenvalk

    7.0

    22

    Falco Naumanni

    Lannervalk 1-0

    12.0

    37

    Falco Biarmicus

    Laplanduil

    16.0

    50

    Strix Nebulosa

    Luggervalk (indische lannervalk)

               12.0

    37

    Falco Jugger

    Oehoe

    20.0

    62

    Bubo Bubo

    Oeraluil

    14.0

    44

    Strix Uralensis

    Ransuil

    10.0

    31

    Asio Otus

    Rode wouw

    12.0

    37

    Milvus Milvus

    Roodstaartbuizerd

    16.0

    50

    Buteo Jamaicensis

    Ruigpootbuizerd

    14.0

    44

    Buteo Lagopus

    Ruigpootuil

    8.0

    25

    Aegolius Funereus

    Sakervalk

    12.0

    37

    Falco Cherrug

    Schreeuwarend

    20.0

    62

    Aquila Pomarina

    Slangenarend

    20.0

    62

    Ciceatus Gallicus

    Slechtvalk 0-1

    12.0

    37

    Falco Peregrinus

    Slechtvalk 1-0

    10.0

    31

    Falco Peregrinus

    Smelleken

    7.0

    22

    Folco Columbarius

    Sneeuwuil

    20.0

    62

    Nyctea Scandiaca

    Sperwer

    7.0

    22

    Accipiter Nisus

    Sperweruil

    10.0

    31

    Sumia Ulula

    Steenarend

    24.0

    75

    Aquila Chryseatos

    Steenuil

    8.0

    25

    Athene Noctua

    Steppenkiekendief

    12.0

    37

    Circus Macrourus

    Torenvalk

    8.0

    25

    Falco Tinnunculus

    Velduil

    10.0

    31

    Asio Flammeus

    Visarend

    18.0

    56

    Pandion Haliaetus

    Wespendief

    12.0

    37

    Permis apivorus

    Witkopzeearend

    24.0

    75

    Heliaeetus Leucocephalus

    Witwangdwergooruil

    8.0

    25

    Octus Leucotis

    Woestijnbuizerd

    14.0

    44

    Parabuteo Unicinctus

    Zeearend

    24.0

    75

    Helaeetus Albicilla

    Zwarte Wouw

    12.0

    37

    Milvus Migrans